Welkom

Publicatielijst

De vrije sector

Het hoogstpersoonlijke

 

 

Het grote ontkennen

 

 

Je kunt wel zeggen dat van alles, maar alsof er is ingebroken

in een B-film: de schilderijen hangen scheef. Wat er in de kasten

was op de vloer of is weg wel misschien.

Of de foto’s in kleuren die ze niet hadden. Regelmaat van

verstoppingen en lekkages. We schreven bij, nooit af.

 

Afgebladderd in een herfst en dan de winter overslaan.

 

 

(Hollands Maandblad, juni-juli 2008; Sterk zeil, 2009)

——————————————————————————————

Het getij van het lage water

 

 

Ach, verre vriend, als je over de bodem wandelt als over

het strand of het natste moeras: je zakt weg

in je voetstappen. Rugzak op je rug, zonnebril op je

kanis: de hemel met zachte sluierbewolking. Je gaat

voort, omzichtig peilend. Maak je waar wat je tegen me

zei: wie niets wegdoet, hij zal alles verliezen?

 

——————————————————————————————

De bergplaats

 

 

Ouder ben ik dan ik ooit geweest ben,

ik lig te draaien en val niet in slaap.

De kosmos toont zijn diepe oorzaak,

ik berg mijn waardepapieren op en vertrek.

 

 

(Sterk zeil, 2009)

——————————————————————————————

De terugkeer tot het oude geloof

 

 

Mijn moeder is gras en aarde

die haar bewaren

tot de wederopstanding.

 

 

(Sterk zeil, 2009)

——————————————————————————————

Het hoogstpersoonlijke

 

 

Je vertrekt, als je vertrekt, naar een plek waar

ik je niet ken. Je denkt aan mij terwijl

ik thuis ben, herinnert me, maar hoe

kan ik me jou herinneren? Je gaat

door dorpen en steden die me vreemd zijn.

Je komt ergens aan waar je lacht, slaapt, eet.

 

 

(Sterk zeil, 2009)

——————————————————————————————

De aanwas

 

 

Wat zich spiegelt in zijn loop valt

aan niets toe maar wordt die loop

zelf. Het is

als water voor de zee.

 

Je hecht je niet, stoot je niet aan

wat je voet achteloos wegtrapt

en dan

verzeild moet raken in de berm,

vervolgens begroeid raakt.

 

Wordt niet van de weg geraapt,

slingert zich naar

geen voorhoofd,

maar houdt de wereld draaiend.

 

 

(Sterk zeil, 2009)

——————————————————————————————

Hopeloze biedermeier

 

 

Wanneer je vertrouwd raakt met een

doorsneesituatie groeit het

sentiment. Uiterlijk en innerlijk

lopen in elkaar over. Af en toe

verschuif je de stukken van het spel

waarin je opgaat. Op een tegenbeweging

reageer je met een tegenbeweging.

Iemand schudt je de hand en

je glimlacht, je staat in

je dagelijkse pak en bent geroerd

 

 

(Sterk zeil, 2009)

—————————————————————————————

Zen en de kosten van het consumentisme

 

 

Er is een drukte van belang op de oever in het felle licht

recht tegenover ons. Avondmarkt,

ochtendmarkt: niemand die het telt.

Vanaf het punt waar we staan gaat de overtocht

op de golfslag van de rivier. Vanaf

het moment dat je aan land komt ga je

op in wat je je eigen maakt.

 

 

(Sterk zeil, 2009)

—————————————————————————

Het uur van de overgave

 

 

De aanvoerder van hele legers trekt over de vlakte die verlaten ligt

van andere legers. Tussen Hotel Central en Hotel Europa

slaat hij zijn tenten op. Hij fonkelt in het licht dat groter

zou kunnen zijn dan hijzelf. Alles is een spiegel, alles

is een werkelijkheid die hij niet meer achter zich laat.

 

Hij spreekt tot degenen die naast hem staan en dekt

zijn hoofd niet, bedekt zijn gezicht niet.

 

 

(Sterk zeil, 2009)

——————————————————————————————

De oude patriarch

 

 

De oude patriarch die zich uitkleedt voor zijn arts, ziet neer

op zijn lichaam: de kale voeten, het domme geslacht.

Ik ben het punt waar tijd en eeuwigheid elkaar raken,

denkt hij. In mijn huiskamer hangt een schilderij met

een landschap vol bergen. Door een zuivere bergweide

ga ik – de vliegen om mijn hoofd. Ik jaag ze weg.

 

 

(Sterk zeil, 2009)

——————————————————————————————

Goedkope schoenen

 

 

In de nutteloze hitte van de nazomer je kleren

die stinken van het zweet, ik wil

ontwaken in een reinheidsfantasie –

witte man in een wit pak en dan de

natte sneeuw in mijn veel te goedkope schoenen.

 

 

(Sterk zeil, 2009)

——————————————————————————————
In houdingen gedoken

 

 

Als ik het pad afloop dat het bekende pad is, bevind ik mij

in de vertrouwde ruimte. Boven mijn hoofd gaat een

tak heen en weer in de wind – het geeft een schilderachtig

effect. Aan de hemel staat de maan.

 

Mijn lichaam is het geluid van het hek, het geluid van grind.

De deur die ik open is de deur van het huis waarin

ik woon. De vertrouwde begroeting, de vertrouwde geur

van de lakens waartussen je je uitstrekt. Boven het

 

dak de klamme hitte of het vriezend donkerblauw

waartegen het bescherming biedt. We slapen

een hoofdkussen omarmend, in houdingen

gedoken.

 

 

(Sterk zeil, 2009)

——————————————————————————————

De witte pauw

 

 

Zoals een nogal matig gedicht de gedachte aan een echt gedicht

kan oproepen, schreef de dichter – je stelt het je voor,

het bestaat in je hoofd en dus bestaat het – zo verhoudt

 

de schepping – met alles erop en eraan, van stille vissen tot

geheiligde roofdieren, parasieten die zich nestelen onder je huid,

wekenlang op water en brood en dan nog niet gered worden –

 

zich tot de volledige denkbaarheid van het opperwezen. Nu

 

moet er een wending komen. Het heelal is liefde. De

koning wordt duizelig als hij zijn paleis uitgaat,

de tuin betreedt met oranjerie en menagerie. Ook

 

mijn witte pauw is een voortbrengsel van de natuur.

Een kroon, een evenbeeld langs het sierperk.

Exotische vruchten kietelen straks mijn smaakpapillen.

 

 

(Sterk zeil, 2009; Project Laurens Janszoon Coster, maart 2010)

——————————————————————————————

Als vogels

 

 

De goden beschermen ons, maar wie of wat beschermt de goden

als ze het tapijt uitrollen? Daar gaat het, het krijst en

kraait met minieme vuisten.

Maar zij - zij

zitten onvermoeibaar bijeen op het zonovergoten veld,

aan het zonovergoten meer,

het stralende ijs dat de vorm aanneemt van de stenen

waarop het zich afzet. Een oever, een oceaan

van goud, maar straks vliegen ze weg

 

als vogels die op zoek zijn naar hun ziel.

 

 

(Sterk zeil, 2009)

——————————————————————————————

Als het terugkomt

 

 

Als het terugkomt, komt het

terug in mijn afgetrapte schoenen. Helder

vandaag: pijn doet het, pijn

aan de ogen. Ik wil niet

horen of zien – het gaat niet.

Het zal zijn wat het

worden zal: schoeisel dat je

inloopt. Het is

mijn huid niet die je afstroopt.

Het zijn mijn

voeten niet.

Ik weet wat ik wil.

 

——————————————————————————————

Een mooie dag

 

 

Bij de post het bericht: die-en-die

die je kende van vroeger en die vond

dat het nu maar eens

enz. Verstoord leg je je weer

toe op je ontsterven: het gras

dat ontkiemt, het hout

dat vertakt enz. Het

is niets dan muziek. De

droefheid van de kinderen als

een ijzeren corset.

 

Wie speelt? Wie speelt is

de saxofonist die als een

echte windgod het hoge

noorden ver ver weg blaast.

Drummertje roffeltje

tegen de wind in. De

echte fietser is de fietser

die de trappers rond

draait. Thuisgekomen

en weggeweest.

 

Droevige april. April

als bloeimaand in de grote

stad. De vesting die

wordt overrompeld, na de

stormaanval blakend in zijn

overwinning. Kijk

goed rond. Alles

gebeurt en

in iemands

hersenen gaat het: mis.

 

Wat was het? Vanaf de

brug, vanaf het dak?

Stroom die – hoe zal

ik het zeggen – in een

stroomversnelling raakte?

Als een fietser

die doorfietst, spontaan

gegenereerd?

Kledingstuk

waar je vanaf moest?

 

De saxofonist die doorspeelt
in mijn hersenen.

Je kijkt volwassen

rond, de rivier waarin

je enz.

Luister: het is

een

mooie dag. Het is

een zonnige,

bijna romige dag.

 

 

(Sterk zeil, 2009)

——————————————————————————————

De lieflijke gang

 

 

Het mooiste op de zwarte aarde is de vloot

die gaat over het blauwe water.

 

Ik rek me uit aan de kustlijn, aan de reling

en zie het blauwe water.

 

Het mooiste op de blauwe aarde is de palm

van mijn hand, is de lieflijke gang.

 

 

(Sterk zeil, 2009)

——————————————————————————————

terug naar Spiegelreflex: inhoud

verder naar Uit de actualiteit

 

© Gert de Jager