|
Welkom |
|
Publicatielijst |
|
De vrije sector |
|
Nu, nu ik dit schrijf
De heuv'len stromen weer, als vanouds
De heuv'len stromen weer, als vanouds bestijgt men het mildvoetige rijdier, de velden wuiven het lied van een oud verleden:
krachtige zangen die geen vergeten in zich dragen: hoe men min- zaam zweette en een speld kon horen vallen:
een schot dat stiekem de stilte verbrak, of de bescheiden galg van een moment.
Hoe de heuvels stonden.
Begonnen te stromen.
( Adem, oktober 1989) ———————————————————————
De dood is als een drietal meeuwen 50 km. landinwaarts: de aanblik is zeker niet onbekend, maar ook niet volledig op zijn plaats.
Wat te doen? Je kunt de thermiek prijzen, of de zilveren vleugelslag onder wisselende luchten, o hoe mooi is vooral de thermiek.
Of je bezweert helemaal niets: vanavond zet je de vuilniszakken buiten, de kat aarzelt geen moment, schiet met een rotvaart
de deur uit.
(De Tweede Ronde, lente 1991) ————————————————————————
Hoe feilloos is de mechanica van het toveruurwerk, jagend op zelfs het kleinste wild?
Zie de vederen op de hoed des jagers, hoe ze bewegen in schokken en stoten: een uurwerk is inderdaad een klein wonder.
O zo langzaam en zeker zweet de slaper iets uit, bijna vooroorlogs gezond ontwaakt hij, verslaapt zich niet.
———————————————————————— De rijpe meester bedient de jonge dichter op zijn wenken
Schrijf, als je schrijft, nooit over iets dat zich afrondt: de verloren geliefde, het dag- of weekblad, de een of andere gesteldheid op het een of andere uur.
Probeer te begrijpen dat er een uitzondering bestaat, en dat het misschien die uitzondering is, die genade schenkt, of voldoening.
Schrijf altijd vanuit het heldere bewustzijn. Alsof zich iets prolongeert: een zachtheid, een onvoltooidheid.
( De Tweede Ronde, lente 1989 en Hubert Van Herreweghen en Willy Spillebeen (ed.), Gedichten 1990; een keuze uit de tijdschriften, Leuven 1990) ————————————————————————————
Het ligt op ieders lippen, op de jouwe: 2 wonderschone stippen in het universum: een vliegtuig vliegt hoog over, boven ons de zon of de maan, de dieren waken of slapen.
Over je huid schiet een schittering, een huivering: de wind steekt op en gaat liggen.
Nu is je mond zo droog: je bevochtigt je lippen, de pleister gaat van je wang.
————————————————————————————-- Het huis-, tuin- en keukenlied van schijn en wezen
Het mooiste van iets is de illusie van iets: de totale vervreemding van de sterrenhemel die je terugvindt in be- trekkingen tot een
klerenhanger of een theekopje. De werkelijkheid die zich een moment lang nauwelijks in fragmenten kluistert, zich inspint in hulpeloze retouches: het water onder de brug stroomt stroomopwaarts en het stroomt me toe: niets knelt nog of beklemt.
En zie: in het zonlicht schittert het was- goed. Zie: als de boeddha drink ik mijn thee of jenever.
————————————————————————————-
Verblijf op het veld, de zon op mijn hand, de zon die niet wil dalen.
Hoe mijn handen illusies levend houden: hoe de zon niet daalt, het geschrevene blijft bijna ongeschreven.
(Hollands Maandblad, april-mei 1988) ————————————————————————————— Nu, nu ik dit schrijf
Nu, nu ik dit schrijf zie ik wat ik voor me zie ontstaan: in een licht dat ontstelt, dat zich de herfst in- spuwt, een marmeren omarming zoals je
daar staat.
(Hollands Maandblad, april-mei 1988) ————————————————————————————— Eén van de ouders neemt een foto
I.
Nog even en mijn ogen staan als die van mijn vader, zacht
wentelend rad van verlorenheid, de kinderen op het gras.
II.
Niets verontrust als de aanwezigheid van een ander: hier
sta ik, ik ben wie ik ben, ik
verlies mijn centrum.
III.
En het grasveld staat vol doden.
De vlakte onafzienbaar.
(Hollands Maandblad, augustus-september 1993) ———————————————————————————— terug naar Spiegelreflex: inhoud verder naar Zoals de evolutie
© Gert de Jager |